naar D66 Vlaardingen Homepage naar D66 Vlaardingen Homepage
 
Welkom bij D66 Vlaardingen
wie-wat-waar » gemeenteraadsleden » maurits hortensius » onderwijs moet beter
Onderwijs moet beter

Wat heeft Nederland te bieden aan het buitenland in een wereld waarin economieën steeds meer verbonden raken? Kennis! Intellect is bij uitstek de brandstof waarop de motor van onze economie moet draaien, met de natuurlijke brandstoffen in de Hollandse bodem gaan we het namelijk niet redden. Kennisintensieve dienstverlening als groeiend deel in de bron van ons nationaal inkomen zal zorgen voor een hoog welvaartsniveau, we maken andere landen en buitenlandse investeerders op die manier afhankelijker van onze kennis en innovatieve maatschappij. De basis hiervoor ligt in het onderwijs. Een land vol hoogopgeleiden is namelijk aantrekkelijk voor (buitenlandse) investeerders; voor bedrijven om hun ‘research en development’ afdelingen te plaatsen, wat kennisintensieve werkgelegenheid creëert. Om een speler te kunnen zijn als innovatieve maatschappij in de wereldeconomie zal het opleidingsniveau van Nederland tot de top moeten behoren. Cijfers van de huidige situatie wijzen echter uit dat Nederland met een percentage van 30% hoogopgeleiden (mensen met een afgeronde HBO of universitaire opleiding) tegenover 35% in Finland en Denemarken (gegevens OECD, 2008) niet tot deze top behoort. Ook het aantal voortijdige schoolverlaters in het middelbaar en hoger onderwijs ligt met 13% in Nederland aanzienlijk hoger dan in bijvoorbeeld Tsjechië, Polen en Slowakije waar slechts 6% van de bevolking (OECD, 2008) voortijdig school verlaat. Dit zijn enigszins zorgwekkende cijfers voor een maatschappij waarin de consensus bestaat om te willen excelleren als economie met kennis als fundament voor een hoog welvaartsniveau.

Onderwijs kan gerekend worden tot het hoofdinstrument van een goed functionerende kenniseconomie en het is daarom van groot belang dat hier meer dan voldoende in geïnvesteerd wordt. Een sterke ambitie van de Nederlandse regering om de verschillen in scholing en opleiding in vergelijking met andere landen weg te werken lijkt echter te ontbreken. Op de website van het CDA kunnen we bij standpunten op het gebied van onderwijs niet meer aantreffen dan een beschrijving van reeds ingevoerde regels waar de coalitiepartij mee instemde. Enige reële kijk op de samenhang tussen problemen en de oplossingen die daar voor nodig zijn lijkt te ontbreken. Het verhogen van de leerplicht leeftijd van 16 naar 18 jaar wordt bijvoorbeeld gebracht als de oplossing voor het relatief hoge aantal voortijdige schoolverlaters. Een nogal discutabele stelling. Blijkbaar ontgaat de oorzaak van dit probleem aan onze grootste regeringspartij, zijnde het gebrek aan passende scholing voor veel jongeren (en werknemers) en daarmee het gebrek aan uitdaging bij veel jongere scholieren. De maatregel zal zonder twijfel een positief effect hebben. Scholieren krijgen immers verplicht langer de tijd om een diploma te behalen. Dit betekent echter niet dat het probleem daarmee opgelost is, als de oorzaak mijlen dieper ligt dan het CDA blijkbaar veronderstelt. Passende scholing voor ieder individu is een vereiste voor een maatschappij die tot de internationale top wil behoren wat betreft opleidingsniveau.

Jongeren moeten zoveel mogelijk uitgedaagd worden om een diploma te halen in het universitair of beroepsonderwijs. Het geluid dat klinkt vanuit de hoek van de onderwijsinstellingen dat het voortgezet onderwijs vaak onvoldoende aansluit op de vervolgopleidingen en van de werkgevers dat het beroepsonderwijs studenten vaak niet goed genoeg vormt naar de wensen van de arbeidsmarkt, moet dan ook zeker serieus worden genomen. In het bijzonder de ruimte tussen het vmbo en het mbo resulteert in hoge cijfers van uitval. Staatssecretaris van Bijsterveldt (onderwijs) sprak met het 10-jarig jubileum van het vmbo op maandag 12 oktober jl. zeer positief over het vmbo. Van Bijsterveldt: “Het vmbo is samen met het mbo hofleverancier van vakmensen. Zij zijn van groot belang voor onze economie. Vmbo-ers geven echter ook aan dat het onderwijs strenger en uitdagender mag. Ik ben het daar volledig mee eens! De basis op orde en de lat omhoog!” Dat het onderwijs uitdagender en de lat omhoog moet ben ik het zeker mee eens en ook dat vmbo-ers en mbo-ers uiteraard van groot belang zijn voor onze economie. Net als met de plannen dat het niveau van het havo- en vwo-examen hoger zou moeten komen te liggen teneinde een betere aansluiting op vervolgopleidingen te kunnen bieden in het voortgezet onderwijs. Maar om een aanzienlijke daling van het slagingspercentage te voorkomen door dit soort maatregelen, zal het niveau en de kwaliteit van het onderwijs zelf éérst naar boven bijgesteld moeten worden.

De basis van het bieden van kwalitatief goed onderwijs ligt bij de onderwijzers. Het vak leraar wordt echter niet op waarde geschat, het lerarensalaris is laag en dat maakt het vak niet bepaald aantrekkelijk voor hoogopgeleiden. Ook onderwijsinstellingen hebben vaak niet genoeg geld om voldoende en goed gekwalificeerd personeel in dienst te nemen. Hoewel onze regering beweert dat er momenteel geen lerarentekort is, zullen er in 2010 tussen de vijfduizend en zevenduizend leraren te weinig zijn, voornamelijk in het voortgezet onderwijs. Uit cijfers van het CBS blijkt dat het tekort in de huidige situatie alleen nog maar verder zal oplopen. Er zijn dus forse investeringen nodig in beloning en scholing van docenten, maar ook in lesmateriaal, schoolgebouwen en assisterend personeel. Investeringen die het kabinet niet lijkt te willen doen. Beroepsopleidingen moeten goed samenwerken met de toekomstige werkgevers van studenten/scholieren. Stages moeten beter begeleid worden en er moet meer interactie plaatsvinden tussen de aanbieder van een stageplaats en de docent, zodat een potentieel toekomstige werkgever van de leerling goed kan aangeven aan welke vaardigheden en kennis meer aandacht geschonken zou moeten worden binnen de opleiding. Dit kost docenten extra tijd die er vaak niet is. Ook het perspectief wat veel beroepsopleidingen bieden sluit vaak niet aan bij de wensen van de arbeidsmarkt. HBO instellingen proberen met allerlei aantrekkelijke studies studenten te lokken om meer overheidsgeld te krijgen. Studies als ‘Vrijetijdsmanagement’ en ‘Media & Entertainmentmanagement’ zijn zeer populair onder jongeren en zorgen jaarlijks voor vele aanmeldingen, terwijl het onwaarschijnlijk is dat de meeste afgestudeerden aan een baan komen binnen het vakgebied. Kortom: opleidingen moeten een duidelijk perspectief kunnen bieden. HBO en MBO instellingen moeten hun beroepsopleidingen veel beter afstemmen op de wensen van arbeidsmarkt en de behoeften van de samenleving.

Het opstellen van bindende regels om het niveau van onderwijs hoger te leggen heeft weinig nut als scholen niet de vrijheid en financiële capaciteit hebben om de kwaliteit van hun onderwijs te verbeteren. Wat heeft de duizend urennorm in het voortgezet onderwijs voor zin als er niet genoeg docenten zijn? De overheid zou in een breed onderwijsaanbod, goede algemene voorzieningen en ontwikkeling van talentvolle onderwijzers moeten investeren. De gaten tussen basisonderwijs, voortgezet onderwijs, beroeps-/wetenschappelijk onderwijs en arbeidsmarkt moeten gedicht worden. Zodat iedereen passende opleidingen of scholingen kan volgen die goed op elkaar en de arbeidsmarkt aansluiten. Kennis en economische vooruitgang zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Als Nederland zich als een echte kenniseconomie wil profileren moeten er optimale voorzieningen worden gecreëerd om individuele talenten te laten ontplooien. Het is noodzaak om nu forse investeringen te doen voor op de lange termijn. Daar ligt de basis van onze welvaart in de toekomst.

Maurits Hortensius